Recept appelazijn
Van iets wat normaal in de GFT-bak belandt, maak je een smaakmaker die je maandenlang kunt gebruiken. Dat is misschien wel het mooiste aan zelf appelazijn maken. Met niets meer dan appelschillen, klokhuizen, water en een beetje geduld ontstaat een zachte, aromatische azijn die verrassend veelzijdig is.
Dit recept appelazijn laat zien hoe eenvoudig fermenteren eigenlijk kan. Het kost vooral tijd, maar nauwelijks werk. Ondertussen doet de natuur haar werk en verandert een restproduct langzaam in een heerlijke appelazijn voor dressings, marinades, inmaken of gewoon een scheutje in een glas water.
En misschien is dat nog wel het leukste: iedere fles is nét even anders, afhankelijk van de appels die je gebruikt. Zo maak je van iets dat anders weggegooid zou worden een puur, zelfgemaakt product waar je iedere keer weer trots op bent.
🍴 4 personen | ⏱ 20 min actief | 🕒 6-8 weken fermenteren | 🫙 Bewaren: minimaal 1 jaar


Ingrediënten
- Appels (schillen en klokhuizen is prima)
- Water
- Suiker 4 el per liter water
Bereidingswijze
- Vul een grote pot met schillen en klokhuizen van de appels. Verwijder rotte plekjes. Pitten kun je laten zitten. Vul de pot ongeveer 50% en 75%.
- Vul de pot verder met water totdat de appelschillen volledig onder staan. De schillen hebben de neiging om te drijven dus let op wanneer het genoeg is. Afhankelijk van hoeveel water je hebt, voeg je suiker toe. Reken ongeveer 4 el suiker per liter water, dan heb je genoeg. Minder mag ook. Het fermentatieproces kan dan wat langer duren want suiker start het proces sneller op.
- Roer de appels door zodat de suiker oplost en dek de pot af met een doekje en een elastiek om de rand van de pot. Zo kan er wel zuurstof bij, maar geen vliegjes.
- Zet de pot bij kamertemperatuur weg. Niet in het directe zonlicht maar het hoeft niet in het donker gezet te worden. Kies een plek waar je makkelijk bij kan want de komende 3 tot 4 weken zul je elke dag even door de azijn moeten roeren zodat de appels die boven het water drijven ook weer goed onder water komen. Dit voorkomt schimmelvorming. Je kunt ook iets zwaars op de appels leggen zodat ze onder water blijven (bv een wekdeksel) maar zorg ervoor dat dit dan ook volledig onder water blijft. Dagelijks roeren blijft een must zodat er ook zuurstof in het water komt. Wanneer je toch een beetje schimmel ziet op de bovenkant, kun je dat gewoon verwijderen of het stukje appel eruit halen. Word het erger en keert het dagelijks terug, gooi dan je batch weg en start overnieuw.
- Na 3 tot 4 weken zie je dat de vloeistof niet meer zo borrelt. De suikers zijn omgezet in alcohol. Giet het mengsel door een zeef en giet de azijn terug in de pot. Dek deze weer af en laat wederom ongeveer 3-4 weken bij kamertemperatuur staan. Roer om de paar dagen even door.
- Na 3-4 weken (totaal dus 6-8 weken) kun je de azijn overhevelen in flessen die je met een deksel afsluit. Het fermentatieproces is dan nog niet voorbij en de azijn zal wanneer je deze nog een maand of langer laat staan alleen maar lekkerder worden.
Vaker zelf basisrecepten maken?
Tips en bewaren
- Gebruik verschillende appelsoorten - Een mix van zoete en zure appels geeft een rijkere en meer complexe smaak dan één enkele soort.
- Werk schoon, niet steriel - Een goed schoongemaakte pot en lepel zijn voldoende. Zo geef je de goede gisten de beste kans zonder ongewenste bacteriën.
- Ruik regelmatig aan de azijn - Tijdens het fermenteren verandert de geur van zoet naar friszuur. Dat is een goede manier om het proces te volgen.
- Zie je een 'moeder'? - Er kan een gelatineachtige laag ontstaan. Dat is de azijnmoeder en juist een teken dat de fermentatie goed verloopt. Bewaar hem gerust voor een volgende batch.
- Maak verschillende smaken - Voeg tijdens de tweede fermentatie eens een takje rozemarijn, tijm of een stukje gember toe voor een subtiele smaakvariant.
- Bewaren - Bewaar de appelazijn in een goed afgesloten glazen fles op een koele, donkere plaats. Zo blijft hij gemakkelijk minimaal een jaar goed en ontwikkelt de smaak zich vaak zelfs nog verder.


📌 Sla de receptenkaarten op voor later of print ze uit voor in de keuken.